Les 1 Wat is een buitenplaats?

Lesinhoud
  • De leerlingen ontdekken wat buitenplaatsen zijn en hoe ze zijn ontstaan.
  • Ze bekijken een schoolplaat, filmpje en afbeeldingen over de buitenplaatsen en hun tuinen langs de Vecht.
Lesdoelen
  • De leerlingen leren hoe en wanneer buitenplaatsen in de mode kwamen en wat hun functie was.
  • Ze ontdekken het verschil tussen een Franse en een Engelse tuin.
Benodigdheden
   
Tijd
60 minuten
Voorbereiding

1.Introductie

Start het project door te vertellen dat er in Nederland steeds meer mensen bijkomen en er dus meer huizen nodig zijn. Daarvoor hebben gemeenten bouwgrond nodig. De beheerder van Kasteel Loenersloot is bang dat de gemeente haar oog laat vallen op de plek waar Loenersloot staat. Op dit terrein zouden een hoop nieuwe huizen passen. In de bijgebouwen en in het kasteel zelf zijn al woningen gerealiseerd. De beheerder wil graag dat de bewoners uit de omgeving het ook belangrijk vinden om deze bijzondere plek te behouden.

Leg de opdracht aan de leerlingen uit:

Opdracht

De leerlingen gaan op onderzoek naar de geschiedenis en bijzonderheden van deze buitenplaats. Vervolgens bedenken ze wat zij van zo’n buitenplaats vinden. En wat denken zij dat andere mensen belangrijk en bijzonder vinden, en waarom?

De klas maakt een (poster/digitale/….)presentatie waarin zij aangeven wat zij waardevol vinden aan deze buitenplaats, en waarmee de beheerder Kasteel Loenersloot kan promoten en de gemeente kan overtuigen van de bijzondere waarde van het kasteel.

Om een goed beeld te krijgen van buitenplaatsen gaan de leerlingen eerst eens uitzoeken wat buitenplaatsen eigenlijk zijn. Hieronder staan verschillende werkvormen om meer te weten te komen over buitenplaatsen. Als start kunnen leerlingen aan de hand van de schoolplaat zelf ontdekken door te kijken en te praten over de plaat. Het filmpje van Klokhuis geeft vervolgens een goed overzicht van het fenomeen buitenplaatsen. De laatste opdracht gaat over de (verschillende) modetrends in de tuinen.

 

2. De schoolplaat

Klik op de afbeelding van de schoolplaat van Johan Herman Isings hier onder om hem groot op het digibord te tonen. Wat valt er te ontdekken? Zorg dat de informatie genoteerd wordt, bijvoorbeeld in een mindmap. Door de volgende vragen te stellen, stimuleer je leerlingen goed te kijken, te formuleren, te onderbouwen wat ze zien en nemen ze actief deel aan het gesprek. Jij als begeleider vat steeds samen wat er gezegd wordt, wijst aan waar de leerling iets over zegt en voegt wellicht nieuwe woorden toe en zorgt dat veel kinderen aan bod komen . Er is geen goed en fout, samen maak je een verhaal.  Zo wissel je samen ideeën en interpretaties uit over wat je ziet en denkt dat het is. Vraag de kinderen goed naar elkaar te luisteren: je kan tenslotte al kijkend en luisterend naar elkaar nieuwe dingen zien en van mening veranderen.

 

  • Wat zie je? Wat valt je op? De kinderen vertellen allereerst wat ze zien.
  • Wat gebeurt er? De vraag ‘Wat gebeurt hier?’ stimuleert de kinderen om niet alleen te beschrijven, maar ook naar een betekenis te zoeken.
  • Waaraan zie je dat? Door vervolgens deze vraag te stellen daagt de leerlingen te onderbouwen wat ze zeggen.
  • Wat valt er nog meer te ontdekken? Deze vraag stimuleert kinderen om nauwkeuriger te observeren en daardoor verschillende oplossingen te zien, waarmee de kans kleiner wordt dat er te snel conclusies getrokken worden op grond van onvolledige informatie.

 

3. Een film van Klokhuis

Bekijk nu het filmpje van Klokhuis (ongeveer 15 min.) waarin wordt uitgelegd wat buitenplaatsen zijn.

Bespreek na:

  • wat valt je op?
  • Wat weten we nu?

Vat samen wat jullie nu ontdekt hebben over een buitenplaats naar aanleiding het filmpje:

  • Het is een tweede huis in een rustige omgeving voor de ongelooflijk rijke mensen uit de 17de en 18de eeuw die in de stad wonen.
  • De eerste buitenplaatsen ontstonden aan de Vecht, tussen Utrecht en Amsterdam, gebouwd door rijke kooplui uit Amsterdam.
  • In hun tweede huis vieren ze zo vaak mogelijk vakantie en genieten ze van de rust, de ruimte en de natuur.
  • Van alles ging mee: huisdieren, meubels, tafellinnen en personeel.
  • Bij een tweede huis hoort ook een mooie en bijzondere tuin. Sommige tuinen waren gigantisch groot en vol met beelden, prieeltjes, gebouwen en bijzondere en exotische planten.
  • Er wordt gepronkt en gelonkt: wat heeft de buurman en ben ik rijker? Buitenplaatsen waren voor deze rijkelui zowel een belegging als statussymbool: je kon pronken met je rijkdom!

Vul je informatie (mindmap) verder aan.

 

4. De tuinen

Vertel: we hebben gezien dat buitenplaatsen vaak enorme tuinen hadden. Enerzijds voor de opbrengst, zoals de verkoop van hout en landbouwproducten. Maar de tuinen waren zeker ook om mee te pronken; ze waren dan ook volgens de laatste mode aangelegd. Ze bevatten bijzondere elementen, zoals beelden, kleine gebouwtjes, bruggetjes, kunstig geknipte hagen of exotische planten.

Bekijk de twee tuinen hieronder. De linker afbeelding is van een Franse, classicistische tuin, en de rechter van een Engelse landschapstuin. Welke verschillen zie je?

 

Symmetrie

  • Vraag aan de leerlingen of ze weten wat ‘symmetrisch’ betekent.
  • Trek een (denkbeeldige) verticale lijn precies door het midden door het huis en de tuin in de Franse classicistische stijl. Rechts en links zijn precies gelijk: symmetrisch.
  • Probeer dit eens bij de Engelse landschapstuin. Rechts en links zijn níét gelijk: asymmetrisch.

Wat is nog meer symmetrisch? Kijk om je heen…
Een mens is links en rechts min of meer gelijk, behalve het gezicht. Zijn er dingen in het lokaal die symmetrisch zijn of juist helemaal niet?

Vertel: Langs de Vecht waren de tuinen in eerste instantie in de symmetrische Franse stijl aangelegd, geïnspireerd door het paleis van Versailles in Parijs. Deze Franse tuinstijl was de trend in de 17de/18de eeuw. Kenmerken van een Franse tuin: symmetrisch, een duidelijke hoofd-as die gericht is op het gebouw, momumentaal en veel buxushagen in allerlei vormen geknipt en in vierkanten.
In de 19de eeuw kwam een nieuwe tuinstijl in de mode: de asymmetrische, romantische Engelse landschapstuin. Veel tuinen werden vervolgens (deels) aangepast en de tuinen van nieuwe buitenplaatsen in deze Engelse stijl aangelegd, zoals op de Heuvelrug. Deze tuinen zijn speels: bochtige weggetjes, kronkelige vijvers, bruggetjes, verschillende boomsoorten en verrrassende doorkijkjes.

Zoek met elkaar nog wat voorbeelden van Engelse landschapstuinen en Franse classicistische tuinen op internet. Hier vind je een mooi voorbeeld.

 

Afsluiting

We hebben nu een aardig beeld van wat een buitenplaats is. Zorg dat alle kinderen hun verzamelde informatie hebben bijgewerkt. In de volgende les gaan ze in groepjes op zoek naar informatie over een buitenplaats in hun eigen omgeving.