Creatief denken

Creatieve personen beschikken over specifieke denkvaardigheden. We noemen de belangrijkste kenmerken uit het werk van Mark Mieras, Barend van Heusden en David van der Kooij.

 

Mark Mieras: hersenen en cognitie

Al zo’n vijftien jaar verdiept Mark Mieras (wetenschapsjournalist) zich in de hersenen vanuit een sterke fascinatie voor hun werking. Hij stelt dat er een groot verschil is tussen beide hersenhelften. De linkerhelft is vooral gericht op controle, structuren, verbanden leggen en doelgerichtheid. De rechterhelft op loslaten en experimenteren. De twee hersenhelften kunnen niet zonder elkaar, ze moeten met elkaar samenwerken. Zo kun je divergeren, verschillende opties afwegen en associëren (rechts), maar uiteindelijk moet je convergeren, structuur aanbrengen en keuzes maken (links).

Tijdens verschillende lezingen heeft Mieras verteld over de werking van de hersenen en de gevolgen voor het onderwijs. Volgens hem richt het onderwijs zich soms te eenzijdig op het aanleren van vakken en vaardigheden die de linker hersenhelft aanspreken, zoals taal en rekenen. Vaardigheden als ruimtelijk inzicht en fantaseren, aangestuurd door de rechter hersenhelft, zijn ook van belang.

Hersenhelften

Met de bruggetjes in het midden geeft Mieras aan dat altijd gezocht moet worden naar een combinatie van beide hersenhelften in het onderwijs.

 

Barend van Heusden: basisvaardigheden volgens Cultuur in de Spiegel

Professor dr. Barend van Heusden (hoogleraar cultuur en cognitie aan de Rijksuniversiteit Groningen) stelt dat mensen op basis van hun geheugen (herinneringen) omgaan met hun omgeving: zij kunnen het verschil tussen het geheugen en de werkelijkheid overbruggen met behulp van vier verschillende vaardigheden. Dit verschijnsel noemt hij cognitie.

Mensen zijn ook in staat om met dezelfde vaardigheden te reflecteren op het bovengenoemde proces. Zij krijgen dan inzicht in de manier waarop zij zelf of anderen omgaan met hun omgeving. Dit noemt hij metacognitie.

De vier basisvaardigheden die Van Heusden onderscheidt, zijn:

  • Waarnemen
  • Verbeelden
  • Conceptualiseren
  • Analyseren

Mensen starten vanuit de waarneming. Afhankelijk van de situatie en de leeftijd volgen de verbeelding, conceptualisering en analyse. In onderstaand schema zie je wat de verschillende vaardigheden betekenen.

KC_COGNITIEVE BASISVAARDIGHEDEN

 

De vaardigheden zijn dominant op een bepaalde leeftijd:

Ontwikkelingslijn_Zonder logo

Van Heusden beschrijft zijn theorie van cultuur in de onderzoekspublicatie Cultuur in de Spiegel: naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs.

Creativiteit is volgens Van Heusden onlosmakelijk verbonden met cultuur. Het vindt altijd plaats zodra iemand reageert op een situatie waarmee hij/zij geconfronteerd wordt. Het begint met het moment waarop je iets herkent als iets anders. Je zet de waarneming (onze herinneringen, kennis, ervaringen en observaties) in en combineert de bekende elementen op een nieuwe manier (blending). Zo maken wij middels onze waarneming nieuwe toepassingen en komen wij tot nieuwe waarnemingen, voorstellingen, interpretaties en structuren. Van Heusden verwoordt creativiteit als volgt: het verschil tussen herinnering en werkelijkheid op een nieuwe, minder voor de hand liggende manier overbruggen.

In deze aflevering van Man bijt hond: Kunstzaken zien we dat twee kinderen alle vier de basisvaardigheden gebruiken. Klik hier voor een toelichting en voorbeeldopdracht die aansluit bij de theorie van cultuur.

 

David van der Kooij

David van der Kooij (creatief denker, bekend van: vindingrijk) onderscheidt ook vier cognitieve vaardigheden: creatief waarnemen, flexibel associëren, analogieën gebruiken en transformeren. Hij zegt: “De kern van deze denkvaardigheden is het leggen van nieuwe, onbekende verbanden tussen al bestaande concepten, kennis en herinneringen, waardoor nieuwe en soms waardevolle concepten ontstaan.”

  • Creatief waarnemen: stel vast welke zintuiglijke verwijzing een bepaald object heeft. Vervolgens laat je deze veronderstelling los en ga je na wat het object nog meer kan voorstellen. Je kunt dit proces versterken door het object vanuit een geheel andere context te bekijken.
  • Flexibel associëren: doorbreek vaste patronen in je geheugen. Ga op zoek naar minder voor de hand liggende en verschillende associaties. Wij zijn geneigd om bepaalde herinneringen in ons geheugen vaker te raadplegen dan andere. Dit komt door onze ervaringen en de herinneringen daar aan. Zo denken we volgens Van der Kooij bij het woord dier eerder aan een kat dan aan een bidsprinkhaan.
  • Analogieën herkennen en gebruiken: zoek naar niet voor de hand liggende overeenkomsten tussen verschijnselen en bedenk nieuwe structuren, categorieën en betekenissen. Het delen van deze analogieën draagt bij aan eenduidige en efficiënte communicatie.
  • Transformeren: observeer een begrip of situatie en inventariseer de eigenschappen. Wijzig vervolgens deze eigenschappen en bedenk wat de gevolgen kunnen zijn.

Kijk naar voorbeeldoefeningen bij de genoemde vier basisvaardigheden van David van der Kooij. Voor meer informatie kun je ook terecht op zijn website Het Ideeëntoestel.

Terug naar Creatief denken