Culturele omgeving: wie?

Wie samenwerkt met zijn culturele omgeving is niet meer alleen. Want in elke gemeente zijn er talloze partners die graag hun passie voor een plek of activiteit doorgeven aan kinderen.

‘Watch with glittering eyes the whole world around you because the greatest secrets are always hidden in the most unlikely places. Those who don’t believe in magic will never find it’
Roald Dahl

 

Breng in kaart

Breng stapsgewijs je culturele omgeving in kaart:

  • Oriëntatiefase: bespreek met je team welke partners er in de omgeving zijn waar de school mee kan samenwerken?
    Welke organisaties ken je die betrokken kunnen worden? Denk aan: wijkverenigingen, muziekschool, museum, lokale theatergroep.
    Welke personen zijn er werkzaam op het gebied van kunst en erfgoed? Denk aan: een plaatselijke dichter, kunstenaars, gilde, vrijwilligers van historische vereniging.
    Welke bijzondere bewoners kunnen betrokken worden? Denk aan: opa’s en oma’s, de molenaar, de bakker om de hoek of de redacteur van de lokale krant.
  • Uitvoeringsfase: breng samen in kaart welk erfgoed-, kunst-, amateurgroepen of -verenigingen, organisaties voor cultuureducatie en overige instellingen er in de buurt van de school zijn. Hier vind je een voorbeeld van een schema  om dit in kaart te brengen.

Werk samen

Samenwerken betekent ook elkaar leren kennen en samen kijken welk probleem, welke vaardigheid of kennis jullie willen oplossen of stimuleren. Welke vraag heb jij als school? En hoe kan iemand jou daarbij helpen zonder dat hij of zij zijn eigen doelen verliest? Zoek naar de win-win voor beiden. Dus droom samen even van wat het project of de les moet worden, zorg dat de vraag helder is, stem met elkaar doelen en verwachtingen af en maak het samen tot een succes!

Voorbeeldvragen om met elkaar het gesprek in te gaan:

  • Welk onderwerp willen we centraal stellen?
  • Wat willen we bereiken? Wanneer zijn we tevreden? Wat willen we dat de leerlingen meemaken?
  • Hoe kan de partner helpen om die doelen te bereiken?
  • Welke leerlingen zijn de doelgroep en wat is hun leefwereld?
  • Hoe kunnen we het zo mooi mogelijk laten aansluiten bij het lesprogramma?
  • Hoeveel geld en middelen hebben we?
  • Hoeveel tijd hebben we?
  • Zijn de afspraken over vergoeding en financiën helder?
  • Hoe gaat de activiteit er concreet uitzien?
  • Wie doet wat? Waarop kunnen we elkaar aanspreken?
  • Hoe willen we over de activiteit communiceren: naar ouders, in de school, lokale krant?