Facultatief: Oorlog in mijn dorp

Lesinhoud
Een lokaal WO2-voorbeeld om met de klas te bespreken.
Lesdoelen
  • De leerlingen beseffen dat verhalen zoals ze bij de Klas van '45 in het Nationaal Militair Museum hebben gehoord, ook in hun eigen woonplaats hebben plaatsgevonden.
  • De leerlingen leren een standpunt in te nemen en dat te beargumenteren.
Tijd
15 min
Arnhemse evacués in Eemnes, oktober 1944 (Collectie Historische Kring Eemnes). 491 personen werden ondergebracht bij 116 gastgezinnen.
Deze evacués hebben ook nog een fiets en een hok met een levend varken op de wagen.

 

Extra: évacués in Eemnes

In september 1944 vond de Slag om Arnhem plaats. Door de gevechten tussen de Geallieerden en de Duitsers was het voor de inwoners van de stad erg gevaarlijk geworden. Bovendien lagen veel gebouwen in puin. Veel mensen gingen weg uit de stad en zochten een veiligere plek om te verblijven. Zij worden evacués (een soort vluchtelingen) genoemd. Uit de omgeving van Arnhem kwamen 575 evacués naar Eemnes.

Lees  deze twee korte verhalen voor:

  • “Binnen enkele weken waren alle plaatsen bezet en had haast iedereen evacués opgenomen. Bij de een kregen ze een zolder, bij de andere een lege schuur, wat ledikanten, een tafel en wat stoelen om zich toch wat “thuis” te voelen. Ook werd hen eten en drinken aangeboden, kleding verschoond of gegeven. (…) Door de grote groep evacués dreigde er een voedseltekort te komen en behalve de melk raakte alles op, zoals aardappelen en koren. De mensen gingen overal heen om nog wat voedsel bij elkaar te krijgen. Een centrale keuken kon hier niet worden opgericht, alleen in Blaricum was er één, maar die kon het ook niet aan. De mensen bedelden overal en zo tegen de avond vroegen er ook nog anderen om een nacht ondergebracht te worden, wat haast niet te weigeren was.” (Bron: Hugo A.J. Vermaas, ‘Een brug tussen Huissen en Eemnes’, Tijdschrift Historische Kring Eemnes jg. 17 (1995), nr. 1, p. 41-51.)

 

  • “Wij kregen er twee (evacués): een jonge vrouw en haar pas geboren baby. De kennismaking viel erg tegen. De vrouw zei bijna niets en gedroeg zich erg teruggetrokken en gaf zelfs niet of nauwelijks antwoord op de meest voor de hand liggende vragen. Reeds de volgende morgen ging het mis. Het bed van onze evacué zat barstens vol ongedierte. Maar wat nu? Wijkzuster Prudentia inspecteerde het bed en ook de armen van de evacuée. Ze oordeelde: deze vrouw moet met haar kind worden afgezonderd. Ongeveer een week later kreeg ik hevige jeuk en begon te krabben en te krauwen, tot ergernis van mijn huisgenoten. Enkele dagen later kreeg het hele gezin jeuk en begon te krabben. (…) Dokter Fros stelde vast dat we scabies oftewel schurft hadden. (…) Op een avond moesten we allemaal in de teil en van top tot teen gewassen worden en daarna moesten we helemaal ingesmeerd met bruine zalf. Vervolgens met schone nachtkleding aan in een verschoond bed. De volgende morgen moesten we weer in de teil en weer schone kleren aan. Enkele dagen later had niemand nog jeuk. De schurft was weg.” (Bron: Chris Roothart, ‘Herinneringen’, Tijdschrift Historische Kring Eemnes jg. 20 (1998), nr. 3, p. 148-151.)

 

Ga met de leerlingen in gesprek aan de hand van de volgende vragen:

  • Door de vele evacués dreigde er een voedseltekort in Eemnes. Wat vind je ervan dat de vluchtelingen hier opgevangen werden? (Hier is uiteraard ook een parallel te trekken met de huidige vluchtelingenproblematiek.)
  • Hoe zou jij je voelen als jullie ineens evacués in huis zouden krijgen?
  • Wat heb jij nodig om je thuis te voelen?