Les 2 Wat kun je er mee?

Lesinhoud
Leerlingen bekijken hoe op verschillende manieren gebruiksvoorwerpen uit wilgen worden gemaakt
Lesdoelen
  • De leerlingen bekijken filmpjes over een kunstenaar en een mandenmaker.
  • De leerlingen denken na over waarom er nog maar zeer weinig met wilgentenen gevlochten wordt.
  • De leerlingen oefenen met vlechtwerk.
Benodigdheden
  • voldoende papieren stroken van dezelfde breedte in verschillende kleuren ( vlechtstroken)
  • plakband
  • extra: tekenspullen en papier
Tijd
30 minuten

Wat kun je er mee?

In de vorige les heb je ontdekt dat we eigenlijk niet veel gebruik meer maken van de wilg.

Kunstenaar Gavin Munro maakt wel nog gebruik van de wilg om meubels te maken, maar dan zonder te vlechten. Hij heeft een nieuwe manier gevonden om er stoelen en lampenkappen van te maken. Bekijk het filmpje om te zien hoe hij dat doet (teksten zijn in Engels, maar het filmpje is ook duidelijk zonder vertaling):

  • Hoe ontstaan de stoelen van Gavin? Bekijk deze website voor meer plaatjes.
  • Wat vind je van deze techniek (manier van werken)?
  • Wat zou je allemaal op deze manier kunnen laten groeien?
  • Wat zou jij uit een wilg willen laten groeien?

extra: maak van bijvoorbeeld chenille wat jij uit de wilg zou laten groeien.

Vlechten

 

Je hebt voor het vlechten alleen een mes nodig om de tenen te snijden. Dus al in de steentijd kon men tenen snijden, met een mes van steen en met de hand vlechten. In Nederland was de periode tussen 1850 en 1950 was de allerbelangrijkste periode voor het ambacht van het wilgenvlechten. Maar je kan ook met ander materiaal vlechten, zoals stro en rotan ( stengels van de rotanpalm).

Mandenvlechten is een heel oud ambacht. Misschien werd er in jouw familie ook wel gevlochten. Dit kun je terugzien aan je achternaam: Mandemakkers, Mandemakers, Manders, Vermande, Van de Mande.

  • Heeft iemand in de klas een van deze achternamen? Zo ja, vlechten zij nog manden?

Nederland heeft veel natte grond, waarop de wilg goed groeit. Maar veel gevlochten wordt er niet meer.

  • Waarom denk je dat er niet meer veel met wilgentenen gevlochten wordt?

Benieuwd hoe dat vlechten gaat? Bekijk onderstaand filmpje over de mandenvlechter.

Je kan grote en kleine manden vlechten, mattenkloppers, (eenden)korven en visfuiken. Maar ook schuttingen of kunstwerken of grote zinkstukken, vlechtwerk onder een dijk, om de oever mee te beschermen. Voor die zinkstukken worden super veel wilgentenen gebruikt. Maar die komen niet van de paar wilgen langs een slootje, maar van grote plantages. Bekijk het filmpje om te ontdekken hoeveel wilgentenen worden gebruikt voor zinkstukken.

 

Extra informatie voor de leerkracht: Het oude handwerk is vrijwel uitgestorven om twee redenen: het is niet meer rendabel en het de oogst van wilgentenen is uitermate zwaar werk. De ondergrond waarop gewerkt moest worden was meestal moerassig en dus moeilijk begaanbaar. Wilgenhout wordt daarom tegenwoordig voornamelijk gekweekt en geoogst op speciaal aangelegde plantages in minder drassige gebieden. Daar wordt het hout machinaal gepoot, geoogst, gebundeld en opgeslagen. Van de tenen worden tegenwoordig nog wel matten gevlochten die worden gebruikt als windscherm en dergelijke.

Oefenen met vlechten

De volgende les gaan jullie aan het werk gaan met mandenvlechter Fons Vermeij. Hij heeft veel verstand van wilgen en maakt zelf prachtige dingen van wilgentenen. Ook heeft hij een winkel waar hij allerlei spullen van wilgenteen verkoopt. 

Tijdens het bezoek van Fons maken jullie een vlechtwerk van wilgentenen.  Daarom gaan we nu oefenen met een vlechttechniek. Want als je deze begrijpt, kan je in de workshop veel sneller werken.

basistechniek:DWIB_vlechtwerk_20150127_171401

  • Neem acht stroken papier, vier van een kleur en vier van een andere kleur.
  • Plak de bovenkant van vier stroken naast elkaar op een stuk plakband zodat je een brede stook krijgt.
  • Vlecht een nieuwe strook papier door de vier andere stroken (zie afbeelding). Laat hem onder de eerste strook doorgaan en dan weer over de volgende, onder, boven, klaar. En schuif hem helemaal naar boven.
  • Vlecht daaronder de volgende strook papier, maar start nu bovenover.
  • Ga om en om door tot je stroken op zijn.

gevorderde techniek:

artdesignemma.blogspot.com
  • Gebruik meer stroken.
  • Plak de stroken niet vast
  • Verander het ruitpatroon door te spelen met boven en onderlangs gaan.

Je kan dus vlechten met papierstroken, maar dus ook wilgentenen. Dit ga je de volgende les zelf uit proberen.