Fotostrip

Lesinhoud
Groep 7-8 De leerlingen maken aan de hand van de ‘Hollywood’-verhaalstructuur een eigen fotostrip. Bij het maken van de foto’s maken ze in elk geval (mede) gebruik van twee camerastandpunten, namelijk vogelperspectief en kikkerperspectief, om meer drama in het beeld te creëren.
Lesdoelen
  • De leerlingen leren volgens een verhaalstructuur een verhaal te vertellen door het maken van 6 fotografische beelden.
  • De leerlingen leren welk effect uitsnedes en standpunten hebben op beeld.
Benodigdheden
  • digitale fotocamera/tablet
  • computer aangesloten op digibord/beeldscherm en internet
  • PixlR Express (online beeldbewerkingsprogramma)
Tijd
  • Deel 1: 30 minuten
  • Deel 2: 60 minuten
Voorbereiding
  • Reserveer (een) digitale fotocamera(’s) of een tablet waarmee de leerlingen zelf foto’s mogen maken.
  • Reserveer een digibord of beeldscherm om de gemaakte strips klassikaal te kunnen bekijken.
  • Reserveer genoeg computers zodat de leerlingen met PixlR Express kunnen werken.
  • Stel camera’s in op de ‘auto’-stand.
  • Maak voor deze opdracht een map op de computer aan, of laat je leerlingen dat doen.
  • Verdeel de klas in groepjes van 4 of 5 kinderen. Probeer het zo te regelen dat bij iedere groep een leerling met veel fantasie en een leerling met organisatietalent zit.
  • Indien nodig: technische handleiding PixlR.

Inleiding

In deze les bedenken de leerlingen een stripverhaal van 8-12 foto’s over een leerling die spiekt. De les bestaat uit 2 delen.

  • In Deel 1 oefenen de leerlingen met perspectief en beelduitsnede om te ervaren wat die voor invloed hebben op het vertellen van een (beeld)verhaal.
  • In Deel 2 maken de leerlingen aan de hand van de ‘Hollywood’-verhaalstructuur een verhaal over spieken.

 

Deel 1

Perspectief

perspectieven

Bekijk met de leerlingen bovenstaande collage van drie afbeeldingen. Hierop zijn drie soorten perspectief te zien. Stel de volgende vragen:

  • Waar stond fotocamera toen deze foto werd genomen?
  • Hoe kun je dat aan de foto zien?

Leg uit:

  • Kikvors- of kikkerperspectief: je kijkt vanaf een laag standpunt (de grootte van een kikker) naar boven.
  • Normaal perspectief: je kijkt vanaf de ooghoogte van een gemiddeld mens.
  • Vogelperspectief: je kijkt vanaf een hoog standpunt (de hoogte van een vogel) naar beneden.

 

Perspectief in film

Bekijk bovenstaand fragment uit de film Ein Stadt sucht einen Mörder (1931). In film wordt gebruikgemaakt van de drie verschillende perspectieven (standpunten). Het camerastandpunt heeft invloed op hoe je als kijker een scène ervaart.

In het filmfragment is een scène te zien die zich afspeelt tussen twee mannen. Eén man verdenkt de andere man van iets ergs en de andere moet zich verdedigen. In deze scène wordt de verhouding tussen de twee mannen op een klassieke filmische manier getoond. Door de camera vanaf een heel hoog standpunt op iemand neer te laten filmen of andersom, lijken de personen namelijk respectievelijk heel klein (en nederig) of juist heel groot (en dominant).

Speel het filmfragment tot minuut 14:00 twee keer af. Bekijk het eerst in zijn geheel en vraag de leerlingen goed op te letten hoe er gefilmd wordt. Speel het daarna nogmaals af en laat tegelijkertijd twee leerlingen voor de groep de grote man en de kleine nadoen. De overige leerlingen houden het camerastandpunt in de gaten en geven aan wanneer er:

  • van laag naar hoog wordt gefilmd (kikvorsperspectief);
  • op ooghoogte wordt gefilmd (normaal perspectief);
  • van hoog naar laag wordt gefilmd (vogelperspectief).

Stel na afloop van de oefening de volgende vragen:

  • Als de camera van hoog naar laag filmt, hoe ga je dan naar de meneer die gefilmd wordt kijken? Hoe komt deze meneer dan op je over?
  • Als de camera van laag naar hoog filmt, hoe ga je dán naar de meneer die gefilmd wordt kijken? Hoe komt déze meneer dan op je over?
  • Als de camera op een normale hoogte lijkt te filmen, hoe kijk je dan naar de meneren?

 

Beelduitsnedes

av-totaal_medium_close

Hoe veraf of hoe dichtbij een (foto)camera staat, bepaalt wat je allemaal in beeld te zien krijgt. Sta je veraf, dan zie je meer in beeld en hoe dichterbij je komt, hoe minder je in beeld te zien krijgt. Dit heet: beelduitsnede. Elk soort beelduitsnede heeft een ander effect.

Bekijk met de leerlingen de collage hierboven en lees onderstaande tekst voor:

  • Close-up: de camera staat heel dichtbij. Effect: Wat er te zien is lijkt daardoor heel belangrijk, je kunt er namelijk niet omheen, alleen dát is te zien in beeld.
  • Mediumshot: de camera staat op een kleine afstand van het onderwerp. Effect: Deze beelduitsnede lijkt het meest op hoe het in het echt is, je bent dichtbij genoeg om te zien wat er gebeurt, maar zit niet boven op iemands huid.
  • Totaalshot: de camera staat ver weg. Effect: Een totaalshot (wide shot in het Engels) wordt vaak gebruikt om aan de kijker duidelijk te maken waar iets is, om een overzicht te geven van de situatie.
  • Over the shoulder: hierbij wordt over de schouder van een van de acteurs gefilmd. Effect: Je kijkt als het ware mee en bent bijna deel van de scène.

Oefening: Kuifje

Bron: Kelvi.net
Kelvi.net

Bekijk met elkaar de strip van Kuifje (Engelstalig).

  • Kunnen de leerlingen benoemen welke beelduitsnedes te zien zijn, en welke soorten perspectief?
  • Kunnen de leerlingen het verband leggen tussen de inhoud van het verhaal en de gekozen beelduitsnede?

 

 

Deel 2

fotostrip

Introductie verhaalstructuur

Laat op het digibord het voorbeeld zien van het stripverhaal over spieken. Vraag de leerlingen te vertellen waar ze denken dat het verhaal over gaat. Vertel dat een fotostripverhaal uit drie delen bestaat. Bekijk het stripverhaal nog een keer en benoem de drie delen:

  1. Kennismaking met de spelers, de plek en de situatie.
  2. Er is een probleem of confrontatie, waardoor er spanning in het verhaal komt.
  3. Een verrassende ontknoping.

Bekijk daarna een aantal foto’s afzonderlijk. Kijk naar:

  1. Wanneer een foto van dichtbij of juist van veraf is genomen. Zie je veel of juist weinig van de ruimte om de spelers heen?
  2. Kijk naar camerastandpunten (vogelperspectief en kikkerperspectief) en vraag aan de leerlingen waarom de foto van boven of beneden genomen is. Sta stil bij het effect van het perspectief.

 

Verhaal bedenken

Maak groepjes van 4-6 leerlingen. Laat elk groepje in 10 minuten een kort verhaal over spieken bedenken. De leerlingen kunnen hiervoor het schrijfvoorbeeld gebruiken. In het voorbeeld is de volgende verhaalstructuur verwerkt, zoals die in iedere scène van een Hollywoodfilm wordt gebruikt:

  1.  Om te beginnen de kennismaking met de spelers, de plek en de situatie.
  2. Er ontstaat een probleem of confrontatie, waardoor er spanning in het verhaal komt.
  3. Het einde is de ontknoping, waarin soms een verrassing zit.

Let op de volgende praktische punten:

  • Het verhaal speelt zich in of rondom de school af.
  • In het verhaal staat een kind centraal dat spiekt.
  • Alle objecten die in het verhaal voorkomen, moeten aanwezig zijn op school.

Elk groepje gaat zijn verhaal verwerken in een storyboard waar ze in elk beeld:

  1. in enkele woorden beschrijven (niet tekenen) wat er gebeurt;
  2. de locatie noemen waar het verhaal zich afspeelt;
  3. noteren welke beelduitsnede en perspectiefvorm er gebruikt worden;
  4. bepalen wie welke rol speelt.

Let op! Na het maken van het storyboard gaat het groepje uiteen. De ene helft fotografeert bladzijde 1 en de andere helft bladzijde 2. Na het fotograferen worden de foto’s verwerkt in een fotostrip. Dit kan alleen met maximaal 3 leerlingen per computer.

 

Verhaal fotograferen

Let tijdens het fotograferen op de volgende punten:

  • De leerlingen gebruiken verschillende soorten perspectief: vogel-, normaal, en kikkerperspectief.
  • Ze gebruiken verschillende beelduitsnedes: afwisseling tussen close-up, mediumshot en totaalshot.
  • Fotografeer met het licht mee.
  • Hou de camera stil tijdens het fotograferen.
  • De leerlingen maken méér dan 6 foto’s, zodat ze na afloop kunnen kiezen.

Maak na afloop per groepje op de computer een mapje aan waar de foto’s in opgeslagen kunnen worden.

 

Fotostrip maken

De leerlingen gebruiken het onlineprogramma Pixlr Express om een echt stripblad te monteren en tekstballonen erin te plakken. Daarvoor ga je naar www.pixlr.com.

Het onderstaande filmpje laat alle bewerkingen voor een stripverhaal zien.

 

Als voorbereiding zou je het volgende filmpje kunnen gebruiken (dat hoort bij de opdracht ‘Mijn lijf is een letter’), waarin je alle stappen een keer doorloopt, inclusief opslaan.

Als je werkt met Chromebooks, is het wat ingewikkelder om de bestanden te kunnen binnenhalen in Pixlr. We hebben een stappenplan ontwikkeld om het met kinderen te kunnen doen. Test vooraf wel of dit met de instellingen van jouw school-pc werkt.