Les 2 Mijn weg naar school

Lesinhoud
  • De leerlingen laten de foto van een plek van hun weg naar school zien en vertellen waarom ze deze hebben uitkozen.
  • Ze vertellen, schrijven of tekenen er een kort verhaal bij.
Lesdoelen
  • De leerlingen benoemen wat een plek voor hen betekent.
  • De leerlingen schrijven een kort verhaal bij die plek.
Benodigdheden
  • de foto’s van de leerlingen, uitgeprint
  • pen en papier voor elke leerling
  • lijm
  • eventueel digitale camera en/of telefoon met camera
Activiteiten
  1. Heel veel plekken
  2. Op mijn weg...
  3. Laat maar zien
Tijd
45 minuten, of verschillende momenten per dag/week
Voorbereiding
Leg de benodigdheden klaar.  

1. Heel veel plekken

Verzamel de foto’s die de leerlingen hebben meegenomen.

Tip 1: schrijf de naam van de leerling achter op de foto.
Tip 2: als een leerling geen foto heeft meegenomen, maak dan in de pauze met hem een foto van een plek in de buurt van de school.

Laat de foto’s een voor een zien als korte kennismaking. Iedereen mag er even bij associëren.soms staat het paaltje er niet [mijn weg naar school]
Stel steeds enkele van de volgende vragen:

  • Wie kent deze plek?
  • Wat is er op deze plek te zien?
  • Wat zou er op deze plek te doen zijn?
  • Wat zou jij doen op deze plek?
  • Wat vind je van deze plek?
  • Waarom?
  • Wat voor kleur past bij deze plek?
  • Wat voor woord past bij deze plek?

Laat dan de leerling van wie de foto is kort vertellen waarom hij juist van deze plek een foto heeft gemaakt. Misschien is de reden hiervoor al eerder genoemd, of misschien nog niet.
Benadruk dat het goed is als iedereen een andere mening heeft: dat is juist interessant.

 

ook nog eens de hoogste boom uit de buurt, denk ik [mijn weg naar school]

2. Op mijn weg…

De leerlingen schrijven of tekenen een verhaal over hun plek.
Laat als voorbeeld nog eens de plek van Roos of uw eigen foto zien, en vertel het verhaaltje erbij:

  • Deze plek is vlak bij huis / school / het huis van… / het zwembad /…
  • Het is hier altijd druk / rustig.
  • Ik zie hier altijd een hond / een poes / mijn vriendjes / de buurman / iemand op de fiets / een rode auto / een vrachtwagen /…
  • Je kunt het niet meer zien, maar er was hier een keer…
  • Het mooiste op deze plek vind ik de scheve stoeptegel / de kromme boom / de sticker op de lantaarnpaal /…
  • Ik voel me vaak blij / vrolijk / rustig / gehaast / bang / verdrietig op deze plek, omdat…
  • Ik vind de kleur … goed bij deze plek passen, omdat…
  • Op deze plek wil ik het liefst rennen / me verstoppen / huppelen / zingen / in de boom klimmen /…

 

Als leerlingen nog niet makkelijk schrijven, laat hen het verhaal dan aan u vertellen en neem het op met uw telefoon of digitale camera (videostand). U kunt het ook zelf opschrijven of het de leerlingen laten tekenen.

 

3. Laat maar zien

foto: Theo Naessens
foto: Theo Naessens
  • Hang de foto’s met de verhaaltjes aan de muur.
  • Laat enkele leerlingen hun verhaal bij de foto vertellen.
  • Op een ander moment kan iedereen de foto’s en verhaaltjes bekijken.

In de volgende les zoeken de leerlingen muziek bij hun foto en verhaal.

 

Extra

  • Print van Google Maps de omgeving van de school uit.
  • Geef hierop aan waar de foto’s van de leerlingen gemaakt zijn. (Dit kan ook in Google Maps zelf.)