Beeldmateriaal & antwoordpagina

 

Vind hier het beeldmateriaal van alle lessen plus de antwoorden op de stellingen uit les 2:

 

Introductieles – Maak kennis met Jet en Jan:


Les 1 – Opstaan!:


Les 2 – Leren en lezen:

 

Antwoorden stellingen:

1. Niet waar: Vroeger hadden kinderen geen pennen en schriften. Zij schreven toen met een griffel op een lei. Een lei was gemaakt van een bepaald soort steen. Er zat een houten lijst omheen. De griffel was een soort krijtje. Ieder kind had een eigen lei, griffel en sponzendoos. In die doos zat een vochtig sponsje. Daarmee kon je fouten wegvegen of je lei schoon maken als hij vol was. Later kwamen schriften en kroontjespennen.

2. Waar: Anders veegde je met je hand in het krijt of de inkt en maakte je alles vies.

3. Waar: Vroeger kregen de meisjes andere lessen dan de jongens. De meisjes leerden breien en naaien. Jongens hadden vaker gym, dit gebeurde op het schoolplein want een gymzaal was er toen nog niet. Ook kregen jongens vaak techniekles. Hier leerden ze hoe ze moesten zagen en timmeren.

4. Niet waar: Maar, ze gingen vroeger wél vaak 6 dagen per week naar school.

5. Waar: Vroeger werden kinderen nog wel eens met een liniaal op de vingers geslagen als ze vervelend waren.

6. Niet waar: Dit waren ezelsoren.

7. Waar: Alle kinderen moesten netjes opstaan om de juf of meester te begroeten als hij of zij de klas binnenkwam.

8. Niet waar: Ze hadden weliswaar nog geen verwarming, maar wél een kolenkachel. Vaak waren er jongens die wat eerder naar school kwamen om de kachel te vullen of om het as weg te brengen. Daarvoor kregen zij dan een paar centen per dag.

 

Les 3 – Spelen en werken:

 

Les 4 – Terug naar het nu: