Les 2: Leren en lezen

Naar school in een andere tijd

(Tijdsduur circa 60 minuten – exclusief extra lessuggesties)

 

Opdracht 1: Naar school met Jet en Jan

In de vorige les hebben de leerlingen geleerd dat opstaan in 1910 er heel anders aan toe ging dan nu. Maar hoe zit dat met naar school gaan?

Bekijk samen op de het digibord de foto van het klaslokaal van Jet en Jan. Wat valt je op aan de foto? Wat zijn de verschillen met het klaslokaal van toen en nu?

Bekijk nu de volgende filmpjes over een schoolklas van vroeger:

 

 

Zoals de leerlingen in de filmpjes hebben kunnen zien waren bij Jet en Jan veel dingen anders dan nu op school. Zo moesten leerlingen vroeger gaan staan als ze een antwoord op een vraag wilden weten. Maar wat klopt precies wel of niet?

Vraag alle leerlingen hun tafels netjes twee aan twee te zetten (net zoals bij Jet en Jan in de klas) en laat daarna iedereen achter zijn/haar bureau staan met de handen op de rug. Leg de leerlingen onderstaande stellingen voor. Wie denkt dat de stelling klopt, die steekt één hand in de lucht. Wie denkt dat de stelling niet klopt, die houdt de handen achter de rug. Heb je het antwoord fout? Dan moet je gaan zitten. Welke leerling blijft als langste staan?

Stellingen:

  1. Leerlingen vroeger schreven met potlood en papier
  2. Vroeger moest je altijd met je rechterhand schrijven
  3. Jongens hadden vroeger vaker gymles dan meisjes
  4. Leerlingen moesten vroeger 7 dagen per week naar school
  5. Vervelende kinderen werden vroeger door de juf of meester geslagen
  6. Als je vroeger straf had moest je met papieren varkensoren op je hoofd in de hoek gaan staan
  7. Als de juf of meester de klas binnenkwam moesten alle kinderen gaan staan
  8. In de klaslokalen vroeger was het altijd koud

Bekijk hier de antwoorden.

Ga naar aanleiding van de besproken stellingen nog kort met de kinderen in gesprek. Wat vinden ze van de school van vroeger? Wat is het grootste verschil met de school van nu? Wat vinden ze ervan dat jongens en meisjes vroeger aparte vakken kregen? En wat zouden ze ervan vinden als juffen of meesters bij straf nog steeds zouden mogen slaan?

Klaslokaal omstreeks 1910
Collectie nationaal Onderwijsmuseum, Dordrecht

 

Opdracht 2: Aap-noot-mies

In de tijd van Jet en Jan waren niet alleen het klaslokaal en de regels anders, maar er werd ook op een andere manier geleerd. Rekenen met een telraam bijvoorbeeld of lezen met behulp van een leesplankje. Het allerbekendste voorbeeld hiervan is de leesplank van aap-noot-mies. Met dit plankje en de hulp van een schoolplaat leerden de kinderen nieuwe woorden.

Verdeel de klas in tweetallen of kleine groepjes. Print voor ieder groepje het leesplankje van aap-noot-mies en de bijbehorende schoolplaat. Kunnen de leerlingen alle woorden op de schoolplaat vinden? En weet iedereen ook wat alle woorden betekenen?

En wat als je zelf een moderne aap-noot-mies versie zou kunnen maken? Hoe zou deze er dan uitzien? Welke woorden zouden er volgens jou in deze tijd echt op moeten?

Print het werkblad met het lege leesplankje en laat de kinderen zelf een moderne aap-noot-mies maken. Extra: Lukt het ze ook om er eventueel zelf een mooie schoolplaat bij te tekenen?

 

Voorbereiding les 3: In les 3 gaan de leerlingen op bezoek bij Museum IJsselstein Lees voorafgaand aan deze les alvast de praktische zaken door voor het bezoek, zorg dat je alle voorbereidende lessen hebt gedaan en dat er begeleiders zijn geregeld.

 

Extra lessuggesties:

 

1) Maak met de klas een ‘stomme film’. Bekijk het filmpje van De oude school. Kunnen jullie met de klas ook een ‘stomme film’ maken over jullie schooldag? Of – nog leuker – lukt het jullie om net als de klas van het filmpje een schooldag te filmen zoals vroeger? Kijk voor meer informatie voor het maken van een eigen (stomme) film op KlasCement of Filmboard.

2) Stap met de klas letterlijk terug in de tijd! Bouw je klaslokaal voor een dagdeel om tot een klaslokaal van vroeger en geef les zoals dit ook in 1910 werd gedaan. Zet de bankjes twee aan twee, geef les zonder digibord, maak ezels-oren als strafmuts, laat iedereen met rechts schrijven. En…als er goed gewerkt is, mag er natuurlijk ook buiten gespeeld worden! Maak een circuit met bijvoorbeeld: touwtjespringen, tollen, kaatseballen, knikkeren en blindemannetje.