Les 4: Terug naar het nu

Evaluatie en verdieping

(Tijdsduur circa 30 minuten)

 

Opdracht 1: Evaluatie

De (school)dag met Jet en Jan zit erop! De tijdreis naar het jaar 1910 is voorbij.
Tijd om de ervaringen van de leerlingen met elkaar te bespreken.

  • Hoe vonden de leerlingen het om een dag in de huid te kruipen van Jet en Jan?
  • Wat hebben ze geleerd over het leven anno 1910?
  • Zouden ze zelf in die tijd willen leven? Waarom wel/niet?

 

Opdracht 2: Verdieping (gelijkheid en diversiteit)

Laat de leerlingen naar de volgende foto kijken:

Klassenfoto van een eerste klas (tegenwoordig groep 3), omstreeks 1910
Collectie nationaal Onderwijsmuseum, Dordrecht

 

Stel vragen aan de hand van de VTS (Visual Thinking Strategy). Probeer hierbij niks voor de leerlingen in te vullen, maar laat ze zelf vertellen en ontdekken wat ze zien. Vul niet aan, maar herhaal wat wordt gezegd en vraag daarop door.

  • Wat gebeurt er op deze foto?
  • Waaraan zie je dat?
  • Wat kun je nog meer op de foto ontdekken?
  • Zijn er dingen die je opvallen?
  • Waarom valt het je op?

Neem gerust de tijd om goed naar de foto te kijken. Er hoeven geen conclusies getrokken te worden. Het gaat vooral om goed kijken en observeren.

Als de leerlingen klaar zijn, laat ze dan in tweetallen of een klein groepje om zich heen naar hun eigen klas kijken.

  • Wat valt ze op in vergelijking tot de foto die ze hebben gezien?
  • En als ze kijken naar de samenstelling van de klas?
  • Hoe zitten de jongens en meisjes? Samen of apart?
  • En hoe zit het met de diversiteit bij jullie in de klas (of op school)?

In les 2 hebben de leerlingen al geleerd dat jongens en meisjes vroeger vaak apart les kregen. Maar ook na de basisschool gingen ze – als ze al een vervolgopleiding gingen doen – vaak naar aparte scholen. Meisjes gingen bijvoorbeeld naar de huishoudschool en jongens volgden een opleiding tot timmerman.

Wat vinden de leerlingen hiervan? Zijn er nu ook nog steeds verschillen tussen jongens en meisjes? En tussen jongens- of meisjesvakken? Zo ja, wat dan en waarom?

Verder waren er omstreeks 1910 nog weinig andere culturen in Nederland. Kinderen met een andere culturele achtergrond of huidskleur zag je dus bijna niet en was in die tijd een zeldzaamheid. Pas met de komst van de eerste lichting gastarbeiders omstreeks 1960 nam de culturele diversiteit in Nederland toe.

Kijk voor meer informatie omtrent multiculturaliteit op de pagina ‘Veelkleurig Nederland’ van EnToenNu.

(Tip: Bekijk samen met de leerlingen de veelkleurige vertelplaat en vergelijk deze met de vertelplaat die ze hebben gezien en eventueel zelf gemaakt in les 2)

Veelkleurige Vertelplaat (Bron: https://www.entoen.nu/nl/veelkleurignederland)