Les 3 Na het bezoek

1. Nagesprek

Bespreek het bezoek met de leerlingen na. Inventariseer eerste reacties en stel een aantal vragen:

  • Wat vond je een spannend, grappig, mooi, eng, of gek moment? Waarom?Illustratie_bespreken
  • Was de dichter zoals je had verwacht?
  • Welke vragen heeft ze beantwoord? Wat weet je nu over Diet Groothuis of Mary Heylema wat je eerst niet wist?
  • Wat weet je nu over gedichten?
  • Wat snap je nu meer over hoe een schrijfster werkt en hoe ze op ideeën komt?
  • Is een dichter hetzelfde als een schrijver?

Laat de leerlingen het gedicht waaraan ze onder leiding van Diet of Mary zijn begonnen, afmaken.

 

2. Poëzieposter bekijken

Neem de Plintposter Op zondag is de zee gesloten van Diet en Mary als voorbeeld en bekijk die met elkaar.

  • Wat zie je? Wat stelt de afbeelding voor?
  • Is het beeld geknipt en geplakt of is het geschilderd?
  • Is er gewerkt met dikke penselen of met een dun pennetje?
  • Wat voor kleuren zijn er gebruikt?
  • Is de illustratie opvallend of juist niet? Wat doet die met het gedicht?
  • Zijn de letters met de hand geschreven of komen ze uit de computer? Zijn ze versierd of juist niet?
  • Welke dingen uit het gedicht zie je letterlijk op de kaart? En welke alleen qua sfeer? Waar zie je dat aan?

 

3. Je mooiste gedicht op een poster!

  • Vraag de leerlingen hun eigen mooiste gedicht te kiezen.
  • Deel tekenvellen uit of geef de leerlingen de gelegenheid hun gedicht digitaal vorm te geven.
  • Geef de leerlingen de gelegenheid hun eigen ontwerp te bedenken en uit te voeren.
    – Wordt het een liggende of een staande poster?
    – Welke kleuren/vormen passen bij jouw gedicht?
    – Moet er een herkenbaar plaatje bij of wil je alleen maar een gekleurde achtergrond?
    – En welke letters horen erbij?

Nota bene: elke dichter zet zijn naam onder het gedicht!

 

4. De posters

Hang alle posters op (of iedere week een aantal) en bespreek er een paar:

  • Welke zijn heel mooi geworden?
  • Welke grappig?
  • Zijn er ook posters samen gemaakt? Welke?

 Organiseer een moment waarop de leerlingen hun gedicht voorlezen.