Pronken met je buitenplaats

Theekoepels

Wanneer je over de Vecht vaart, zie je her en der de zogenaamde theekoepels. Ze liggen bijna altijd langs het water of de weg. Als je als bewoner in je theekoepel zat, kon je goed zien wat er allemaal gebeurde en wie er voorbijkwam. En heel belangrijk: men zag jou ook! De huiseigenaren musiceerden hier, lazen een boek, borduurden of kletsten met gasten.
Ook de theekoepels zelf zijn een teken van rijkdom. Thee was in die tijd een zeer kostbaar product. Voor de beste thee werd zelfs 100 gulden per pond neergelegd! In de 17de eeuw brengen de handelsschepen van de VOC voor het eerst Chinese thee mee. En die dronk men in de theekoepel.

 

Het huis en de tuin

De eigenaren van buitenplaatsen lieten hun huizen bouwen door vooruitstrevende architecten en hun tuinen aanleggen door tuinontwerpers. Groot, groter, grootst, dat was wat telde. Beroemde architecten waren Philip Vingboons en Jacob van Campen.

 

Interieur

De interieurs van de buitenplaatsen werden voorzien van alle luxe en de laatste mode. De huizen stonden dan ook vol prachtige en kostbare meubels, schilderijen, klokken, tapijten, kunstvoorwerpen, maar ook op plafondschilderingen, sierlijk stucwerk en behang werd niet bezuinigd. Buitenplaats Oud Amelisweerd in Bunnik heeft heel kostbaar en prachtig Chinees behang.
 

Kunstenaars

Eigenaren nodigden regelmatig gasten uit, die zich vergaapten aan al het moois. Ook muzikanten, schilders en dichters werden uitgenodigd, die hun bezoek vervolgens vastlegden in gedicht en in hun kunst. Zo konden de bewoners laten zien dat ze geld hadden om kunstenaars uit te nodigen, in welgestelde kringen verkeerden, en een goede smaak hadden. Denk aan dichters als Constantijn Huygens, die lofdichten schreef, of Daniël Stopendaal, die vele gravures van verschillende buitenplaatsen heeft gemaakt.