Les 1 Hier is het blaasorkest

Lesinhoud
  • luisteren naar verschillende soorten blaasmuziek
  • liedje leren
Lesdoelen
  • De leerlingen kunnen verschillende soorten blaasmuziek onderscheiden op functie.
  • De leerlingen kennen het verschil tussen een harmonie en een fanfare.
  • De leerlingen kunnen het liedje zingen.
Benodigdheden
Tijd
  • 30 minuten
Voorbereiding
  • Lees de les goed door, beluister de muziekfragmenten en leer het liedje.

 

 

1. Blaasorkesten

Vertel de leerlingen iets over het ontstaan van blaasmuziek, de functie die blazers en trommelaars (tamboers) vroeger in het leger hadden en dat er nu nog muziekverenigingen zijn, opgericht door gewone burgers om samen gezellig muziek te maken, die al meer dan 100 jaar oud zijn. In ons land zijn maar liefst zo’n 2000 (amateur)blaasorkesten! Er is bijna geen stad of dorp te noemen of er is wel een blaasorkest. De fanfare, de harmonie en de brassband zijn allemaal blaasorkesten met blaasinstrumenten en slagwerk, alleen zit er verschil in het soort en het aantal blaasinstrumenten.

  • Is er een blaasorkest (harmonie of fanfare) in jouw woonplaats?
  • Wie weet de naam van dat orkest?
  • Ken je iemand die erin speelt? En zo ja, welk instrument speelt die dan?
  • Bij welke gelegenheden heb je wel eens een blaasorkest zien optreden? (b.v.: Koningsdag, Dodenherdenking, Avondvierdaagse, Bloemencorso, intocht Sinterklaas, opening winkelcentrum)
  • Wat is het verschil tussen een harmonie en een fanfare? (een harmonie heeft ook houten blaasinstrumenten, zoals fluit, klarinet, hobo en fagot; een fanfare niet)
  • Op welke leeftijd kun je al beginnen met een instrument te leren bespelen?

 

2. Looporkest of zitorkest

Er is blaasmuziek waarbij muzikanten lopend over straat spelen en er is blaasmuziek waarbij muzikanten in een muziektent of in een zaal op een stoel zitten te spelen. Laat vier fragmenten blaasmuziek horen. De leerlingen gaan staan als ze vinden dat de muziek bij het looporkest hoort en zitten bij het zitorkest.

muziek 1:

muziek 2:

muziek 3:

muziek 4:

 

 

3. Soorten blaasmuziek

Blaasorkesten zijn geschikt om bijna alle muzieksoorten uit te voeren. Muziek die speciaal voor blaasorkest is gecomponeerd, maar ook popmuziek of filmmuziek die is omgezet, gearrangeerd, voor blaasorkest. Laat de leerlingen luisteren naar 6 verschillende stukjes blaasmuziek. Ze noteren op een blaadje bij wat voor gelegenheid ze de muziek vinden passen. Is het popmuziekfeestmuziek, filmmuziek, kerkmuziek, of marsmuziek?

Bespreek de antwoorden en laat de leerlingen onder woorden brengen wat ze in de muziek hebben gehoord (omschrijving van de sfeer: Ik word er blij, droevig, bang, slaperig … van, of Ik denk bij deze muziek aan …)

 

4. Lied Allemaal blaasmuziek

Leer de kinderen het lied Allemaal blaasmuziek aan. Laat het lied eerst een paar keer horen voor ze zelf gaan zingen en stel vragen n.a.v. de tekst.

 

  • Over wat voor soort muziek gaat dit lied? (blaasmuziek)
  • Welke blaasorkesten komen erin voor? (harmonie, fanfare, brassband)
  • Welke instrumenten komen erin voor? (trompet, hobo, fluit, klarinet, tuba, sax, slagwerk, cornet)

Zing het lied of laat het horen, terwijl de leerlingen op de plaats van de rusten klappen (1x of 2x snel achter elkaar). Gaat dit goed, probeer het dan ook eens op instrumenten: b.v. 1e couplet alle houten instrumenten, 2e couplet alle schudinstrumenten, 3e couplet alle velinstrumenten.

Zing het lied uiteindelijk met de liedbegeleiding.

lied Allemaal blaasmuziek  (pdf bladmuziek)