Les 5 Lied en spreuk bij De Vuurvogel

Lesdoelen
  • De leerlingen kunnen het lied Nimanaja zelfstandig en met expressie zingen.
  • De leerlingen kunnen de spreuk met de bodypercussie ritmisch uitvoeren.
  • De leerlingen kunnen bewegingen improviseren bij het lied.
Benodigdheden
  • liedtekst
  • tekst toverspreuk
  • digibord
Tijd
  • 30 -45 minuten
Voorbereiding
  • leer jezelf het lied aan
  • oefen de spreuk met de bodypercussie
  • regel ouders voor het vervoer naar De Speeldoos

1. Ritmische toverspreuk

toverhoedIn veel sprookjes komt een tovenaar voor. In deze voorstelling is Kashei de Onsterfelijke de magische figuur die dappere prinsen doet verstenen als ze een poging doen de gevangen gehouden prinsessen te bevrijden. Vraag de kinderen of ze een toverspreuk kunnen noemen. Voorbeeld van een bekende is:

Hokus pokus pilatus pas, ik wou dat jij een …. was

Zeg de spreuk die genoemd wordt met zijn allen tegelijk na en probeer hem daarna meteen te klappen. Doe hetzelfde bij een andere spreuk.

 

2. Spreuk met ritmische bodypercussie

bodypercussie1De volgende vierregelige spreuk komt in de voorstelling voor. Het is de bedoeling dat de hele zaal dit meedoet. Goed oefenen dus! Eerst alleen de tekst ritmisch zeggen, dan alleen de bodypercussie regel voor regel oefenen en tenslotte tekst en bodypercussie samen. Ook weer regel voor regel oefenen. De eerste en de derde regel zijn ritmisch hetzelfde, de tweede en de vierde bijna.

Hier volgt de spreuk van Kashei de Onsterfelijke: 

  1. Sjlab – ber – de – watsj- ki

…..stamp – borst, borst – klap – klap

 

  1. Ra-bo-witsj, ra-bo-witsj, mo – lo – kai

……rb-lb-rb    /     rb-lb-rb   /  stamp-stamp-klap

 

  1. Moesj – ka, ba –   boesj- ka

…….stamp- borst, borst- klap – klap

 

  1. Ri–bo-witsj, ra-bo-witsj, DA!

…….rb-lb-rb    /     rb-lb-rb    /   handen omhoog en DA! roepen 

(rb-lb = afwisselend op het rechter en linker bovenbeen slaan)

 

En nu maar oefenen
geluid_icoon

Spreuk Kashei 1: alleen tekst

Spreuk Kashei 2: met drums

Spreuk Kashei 3: 4x tekst met drums

Spreuk Kashei 4: 2x bodypercussie

Spreuk Kashei 5: 4x bodypercussie

Spreuk Kashei 6: 4x bodypercussie, 4x met tekst

 

3. Slotlied Nima naja aanleren

Aan het eind van de voorstelling speelt het orkest het lied ‘Nima naja’. Het is de bedoeling dat alle kinderen in de zaal hierbij meezingen en dansen (op hun plek).

  • Schrijf het volgende op het bord:

 

Nima    naja

              paparosjka

              njet

              molokai

 

  • Laat het lied Nimanaja een keer horen en vraag de kinderen wat hen opvalt aan dit liedje. (De eerste zin wordt herhaald en de tweede ook. Vanaf ‘ai, ai ,ai’ is er een versnelling. Het woordje ‘nima’ komt steeds terug met steeds een ander woord er achteraan. De instrumenten die meespelen zijn een accordeon en een balalaika)
  • Schrijf het tweede deel van de tekst ook nog even op het bord om vergissingen te voorkomen.
  • Leer het lied in wisselzang aan: eerst de leerkracht, dan de kinderen de herhaling. Zing het lied een aantal keren achter elkaar. Varieer in tempo (vlugger/langzamer) en dynamiek (harder/zachter) en klankkleur (solo/tutti).

Lied Nima naja (bladmuziek pdf)

 

4. Russisch dansen bij Nima naja

russische danserLaat de kinderen bewegingen bedenken bij het lied Nima naja. Geef aan dat bij het tweede gedeelte (‘ai ai’) een andere beweging ingezet moet worden. Bij een herhaling van een liedregel, worden ook de bewegingen herhaald. Kies een aantal verschillende uit en laat die door de hele groep uitvoeren. De groep kan daarbij gesplitst worden in een zang- en een dansgroep, die daarna wisselen.

Voorbeeld van Russisch lijkende bewegingen zijn armen over elkaar voor je borst houden en de benen om en om naar voren schoppen. Moeilijker wordt het vanuit hurkzit. Wie kan dat? Probeer het eens op het 2e deel van het liedje (bij Ai, ai, ai, ai). De rest zingt en klapt in de maat mee.