Les 4 Fotograaf in de klas

Lesinhoud
  • Fotograaf Marije van der Hoeven komt in de klas. Met een powerpointpresentatie stelt ze zich voor.
  • Hierna werkte ze in het speellokaal of andere locatie binnen de school met de leerlingen aan groepsportretten.
  • De leerkracht begeleid de overige leerlingen in het eigen lokaal bij het maken een opdracht om het begrip 'portret' te verdiepen.
Lesdoelen
  • De leerlingen leren dat sommige fotografen eerst nadenken voordat ze gaan ‘klikken’.
  • Ze leren dat een fotograaf goed blijft kijken en meerdere foto’s van hetzelfde onderwerp maakt.
  • Ze leren dat je op van alles kunt letten als je een foto maakt:
    - hoe je kijkt
    - hoe je attributen kunt tonen
    - hoe je zelf staat, en ook ten opzichte van elkaar
    - dat er onderscheid gemaakt wordt tussen voor- en achtergrond
    - hoe het licht is
    - hoe de kleurverdeling is
Benodigdheden

De leerkracht zorgt voor:

  • een opgeruimd speellokaal met een egale muur of aula met een achtergrond doek met ruimte om de set op te bouwen, waarin Marije gedurende de afgesproken tijd kan werken
  • in de ruimte waar Marije gaat fotograferen moet een grote lege tafel van ongeveer 2 meter breed staan of drie kleine tafeltjes
  • bij mooi weer wordt er buiten gefotografeerd, in overleg met Marije wordt de tafel dan naar buiten verplaatst
  • egaal gekleurde grote lappen stof of doeken
  • toestemming van ouders om foto's van hun kind te maken
  • digibord
  • werkbladen uit les 2
  • e-mailadres waar Marije de foto's naartoe kan sturen

Marije zorgt voor:

  • camera
  • kookwekker
  • eventuele extra attributen
  • geadresseerde en voorgefrankeerde envelop aan Kunst Centraal
Tijd

Totaal: 2 uur

Let op! Marije heeft 20 minuten om ieder groepje te portretteren. Dit betekent dat er voor haar geen ochtendpauze is; zij wil graag achter elkaar doorwerken.
Plan de pauze van de leerlingen dus zo dat Marije de groepjes aaneengesloten kan fotograferen.

Voorbereiding
  • Vraag toestemming aan de ouders voor het maken van foto's van hun kind
  • Reserveer het speellokaal.
  • Zorg ervoor dat elk groepje alle meegenomen spullen hebben klaarliggen en eventueel speciale kleding al aanhebben voor de komst van de fotograaf.

 

Informatie voor de leerkracht: organisatie tijdens de les

Elk groepje gaat met de fotograaf ongeveer 20 minuten aan de slag met het maken van foto’s. Als voorbereiding daarop legt Marije aan de hand van een powerpoint klassikaal uit hoe een portret gemaakt wordt, wat er nodig is, waar je op kunt letten om een verhaal te vertellen. De achterblijvers gaan aan de slag met het maken van de werkbladen die ze op de leerlingenpagina hebben uitgekozen. Deze opdracht wordt door de leerkracht begeleid.

Marije heeft een ook een speciale envelop voor je mee, deze heb je nodig voor les 5 Expositie.

 

 Illustratie_fotograferen1. De fotograaf stelt zich voor (klassikaal)

(Klassikaal bij het digibord)

Marije geeft een powerpointpresentatie waarin ze haar boek aan de klas geeft en vertelt dat ze altijd graag heeft getekend. Fotograferen is voor haar net als tekenen: je hebt een plan en gaat dat uitvoeren. Daar heb je mensen, spullen en wat geduld voor nodig.
Ze laat foto’s op het digibord zien die ook in het boek staan en met kinderen zijn gemaakt. Waar kun je allemaal op letten als je een foto neemt?

Een fotograaf maakt vaak meerdere foto’s en kiest uiteindelijk de beste uit. Dat gaat straks ook gebeuren.
De volgende punten komen aan de orde:

  • verband tussen de personen
  • houding en compositie
  • versterkende attributen
  • hoe kun je een foto interessant maken?

 

2. Fotograferen

Voordat Marije met het eerste groepje gaat fotograferen, geeft ze een uitleg over wat er nodig is als ze straks aan de slag gaat. Hierna zal ze het eerste groepje meenemen naar het speellokaal of een andere locatie in de school die bij het door de leerlingen gekozen thema past. Bij goed weer fotografeert ze buiten. Om de 20 minuten komt ze een volgend groepje ophalen.

 

Foto van de voorkant van een werkblad
Foto van de voorkant van het werkblad

3. Portretten uit het verleden (begeleid door de leerkracht)

Voer de volgende opdracht uit met de leerlingen die niet aan het fotograferen zijn.

In les 2 heb je met de leerlingen de leerlingenpagina van plaatselijke figuren bekeken. De leerlingen hebben duo’s gevormd, een foto uitgekozen en de voorkant (onderdeel A) van de bijhorende werkblad gemaakt. Laat dezelfde duo’s hun werkblad pakken en opdrachten B en C afmaken. Hiervoor hebben ze een pen en tekenpotloden en eventueel extra schrijfpapier nodig.

4. Afsluiting

Marije komt terug in het klaslokaal en vertelt dat ze benieuwd is naar de foto’s. Thuis gaat ze de foto’s op een computerscherm nog eens rustig bekijken. Van ieder groepje kiest ze twee foto’s uit voor de volgende les. Na afloop van het project drukt ze voor iedere leerling een van de twee foto’s af; die stuurt ze per post naar de school.