Les 4 Fotograaf in de klas

Lesinhoud
  • Fotograaf Marije van der Hoeven of Olivier van Hartingsveldt komt in de klas. Met een powerpointpresentatie stelt de fotograaf zich voor.
  • Hierna werkt de fotograaf in het speellokaal of andere locatie binnen de school met de leerlingen aan groepsportretten.
  • De leerkracht begeleid de overige leerlingen in het eigen lokaal bij het maken een opdracht om het begrip 'portret' te verdiepen.
Lesdoelen
  • De leerlingen leren dat sommige fotografen eerst nadenken voordat ze gaan ‘klikken’.
  • Ze leren dat een fotograaf goed blijft kijken en meerdere foto’s van hetzelfde onderwerp maakt.
  • Ze leren dat je op van alles kunt letten als je een foto maakt: - hoe je kijkt - hoe je attributen kunt tonen - hoe je zelf staat, en ook ten opzichte van elkaar - dat er onderscheid gemaakt wordt tussen voor- en achtergrond - hoe het licht is - hoe de kleurverdeling is
Benodigdheden
De leerkracht zorgt voor:
  • een opgeruimd speellokaal met een egale muur of aula met een achtergrond doek met ruimte om de set op te bouwen, waarin de fotograaf gedurende de afgesproken tijd kan werken
  • in de ruimte waar de fotograaf gaat fotograferen moet een grote lege tafel van ongeveer 2 meter breed staan of drie kleine tafeltjes
  • bij mooi weer wordt er buiten gefotografeerd, in overleg wordt de tafel dan naar buiten verplaatst
  • egaal gekleurde grote lappen stof of doeken
  • toestemming van ouders om foto's van hun kind te maken
  • digibord
  • werkbladen uit les 2
  • e-mailadres waar de fotograaf de foto's naartoe kan sturen
Marije zorgt voor:
  • camera
  • kookwekker
  • eventuele extra attributen
  • geadresseerde en voorgefrankeerde envelop aan Kunst Centraal
Tijd
Totaal: 2 uur Let op! De fotograaf heeft 20 minuten om ieder groepje te portretteren. Dit betekent dat er geen ochtendpauze is; hij/zij wil graag achter elkaar doorwerken. Plan de pauze van de leerlingen dus zo dat de fotograaf de groepjes aaneengesloten kan fotograferen.
Voorbereiding
  • Vraag toestemming aan de ouders voor het maken van foto's van hun kind
  • Reserveer het speellokaal.
  • Zorg ervoor dat elk groepje alle meegenomen spullen hebben klaarliggen en eventueel speciale kleding al aanhebben voor de komst van de fotograaf.
 

Informatie voor de leerkracht: organisatie tijdens de les

Elk groepje gaat met de fotograaf ongeveer 20 minuten aan de slag met het maken van foto’s. Als voorbereiding daarop legt de fotograaf aan de hand van een powerpoint klassikaal uit hoe een portret gemaakt wordt, wat er nodig is, waar je op kunt letten om een verhaal te vertellen. De achterblijvers gaan aan de slag met het maken van de werkbladen die ze op de leerlingenpagina hebben uitgekozen. Deze opdracht wordt door de leerkracht begeleid.

De fotograaf heeft een ook een speciale envelop voor je mee, deze heb je nodig voor les 5 Expositie.

 Illustratie_fotograferen1. De fotograaf stelt zich voor (klassikaal)

(Klassikaal bij het digibord)

De fotograaf geeft een powerpointpresentatie over fotograferen en kijken naar foto’s. Fotograferen is net als tekenen: je hebt een plan en gaat dat uitvoeren. Daar heb je mensen, spullen en wat geduld voor nodig. Hij/zij laat een serie eigen foto’s op het digibord zien. Waar kun je allemaal op letten als je een foto neemt?

Een fotograaf maakt vaak meerdere foto’s en kiest uiteindelijk de beste uit. Dat gaat straks ook gebeuren.
De volgende punten komen aan de orde:

  • verband tussen de personen
  • houding en compositie
  • versterkende attributen
  • hoe kun je een foto interessant maken?

2. Fotograferen

Voordat de fotograaf met het eerste groepje aan de slag gaat, wordt er uitleg gegeven over wat er gaat gebeuren. Hierna zal het eerste groepje meegenomen worden naar het speellokaal of een andere locatie in de school die bij het door de leerlingen gekozen thema past. Bij goed weer wordt er buiten gefotografeerd. Om de 20 minuten wordt het volgende groepje opgehaald.

Foto van de voorkant van een werkblad
Foto van de voorkant van het werkblad

3. Portretten uit het verleden (begeleid door de leerkracht)

Voer de volgende opdracht uit met de leerlingen die niet aan het fotograferen zijn.

In les 2 heb je met de leerlingen de leerlingenpagina van plaatselijke figuren bekeken. De leerlingen hebben duo’s gevormd, een foto uitgekozen en de voorkant (onderdeel A) van de bijhorende werkblad gemaakt. Laat dezelfde duo’s hun werkblad pakken en opdrachten B en C afmaken. Hiervoor hebben ze een pen en tekenpotloden en eventueel extra schrijfpapier nodig.

4. Afsluiting

De fotograaf komt terug in het klaslokaal en vertelt dat hij/zij benieuwd is naar de foto’s. Thuis worden de foto’s op een computerscherm nog eens rustig bekeken. Van ieder groepje worden twee foto’s uitgekozen voor de volgende les.