Les 1 Een brief en een antwoord

Lesinhoud
  • De leerlingen ontvangen een brief en bestuderen een dagboekfragment en een oude prent.
  • Ze beantwoorden de brief. De plaats waarnaar de briefschrijver op zoek is, blijkt de woonplaats van de leerlingen te zijn!
Lesdoelen
  • De leerlingen kunnen informatie uit verschillende historische bronnen halen.
  • De leerlingen kunnen zich inleven in een andere tijd.
Benodigdheden
Tijd
45 minuten
Voorbereiding

 

1. De brief

Lees de brief voor en bespreek met de leerlingen de vraag: Wat wil deze persoon weten?
Zorg dat iedereen aan het einde van deze opdracht begrijpt om welk dorp het gaat.

 

2. De afbeeldingen

Dagboekfragment

Lees het dagboekfragment voor en laat het zien. Laat de oude prent en het beursje zien en stel de leerlingen de onderstaande vragen:

  • Hoe reist deze jongen? Waarom gaat hij niet met de bus? (Er was in die tijd geen bus.) Welke vormen van vervoer waren er wel? (Paard en wagen, postkoets, boot/trekschuit, een enkele trein – dit was nog zeldzaam; wie niet veel geld had moest lopen.)
  • Wat vertelt hij over de weg? (De weg is niet verhard, het is een zandweg.) Zijn er in ons dorp nog zandwegen? (Nee, alleen in het bos en op de heide.) Wat ligt er bij ons op de wegen/stoepen? (De wegen zijn verhard met asfalt, klinkers, tegels e.d.)
  • Wat ziet hij om zich heen? (Vooral veel boerenland: weiland, akkerland, een enkele schuur; buiten de dorpen en steden was het landschap vooral woest en leeg.) Hoe is dat nu? (Veel meer volgebouwd.)
  • Hoe vindt hij de weg: waren er borden of richtingaanwijzers? (Nee, die waren er niet, men had wel kaarten, en men oriënteerde zich met behulp van bakens in het landschap, zoals kerktorens, maar soms ook bepaalde grote bomen e.d. Ook keek men naar de zon om de richting te bepalen.)
  • Komt hij veel mensen tegen onderweg, is het druk? (Nee, het is minder druk dan nu op de weg, er waren minder mensen, er werd ook minder heen en weer gereisd dan tegenwoordig, spitsuur en file kenden de mensen niet! Werk en wonen waren vlak bij elkaar; op de grotere wegen kon het wel best druk zijn met voetgangers. Marskramers kon je ook altijd tegenkomen.)
  • Om welk dorp gaat het? Wat herkennen de leerlingen op de prent? (Doorn)

 

Sluit dit aan bij je geschiedenis- of aardrijkskundemethode? Ga dan in het gesprek ook daar op in.

 

3. Antwoord op de brief

Overleg met elkaar hoe het gevonden antwoord aan de briefschrijver geformuleerd wordt. Vraag een van de leerlingen om de mail te schrijven, en stuur deze naar f.kortenhorst@gmail.com (op tijd: minstens twee dagen voor het bezoek aan de kerk!).

 

4. Zinnen verzamelen

Deel stroken wit papier uit en schrijf de volgende zin op het bord:

Wat ik bijzonder vind aan de brief is……………………….

Iedere leerling schrijft de zin over en maakt hem af. Verzamel de zinnen en bewaar ze voor de afsluitende tentoonstelling.