Les 1 Het water dat ik ken

Lesinhoud
De leerlingen maken kennis met water door er naar te luisteren, te proeven, te voelen, er over na te denken, er over te praten en woorden te geven aan water-herinneringen.
Lesdoelen
  • de leerlingen maken door middel van de zintuigen kennis met water in de meest brede zin van het woord
  • kinderen worden zich bewust van het water in hun dagelijkse omgeving
  • de kleuters experimenteren met maken van water geluiden
Benodigdheden
  • voldoende materialen voor een waterhoek of voor de hele klas in groepjes:  kan/gieter met water, emmer/bak, bekertje, lepel, rietje, teentjes/knikkers, etc.
  • waterafbeeldingen: plas, omwalling, kraan, Julianabrug, Sportcomplex
extra:
  • kurk, knikker, pingpongbal, legoblokje, sleutel, etc.
Tijd
30 minuten, op te delen in 2 x 15 minuten

1. Het water in de klas; een rondje zintuigen

Je kan het project starten met een thematafel en een voorleesboek over water.
De bibliotheek Lek en IJssel zocht deze boeken daarvoor uit: Plons!, Kikker en het water, De koe die in het water viel, De krokodil die niet van water hield, Stoute Stoffer!, Wild van water, Spetterpret en Een gat in mijn emmer.
Deze boeken zijn allemaal te leen in de bibliotheek.

Tip: met goed weer kan je deze opdrachten met water buiten doen. Het is wel belangrijk dat het stil genoeg is om goed te luisteren naar het water. Dus niet tijdens het speelmoment van een andere klas.

Watergeluiden in de kring

Zet de leerlingen in de kring en vraag hen om hun ogen dicht te doen en goed te luisteren.

Wacht tot het stil is en schenk het water uit de kan/gieter langzaam in de emmer.
Vraag de leerlingen daarna wat ze hebben gehoord. Laat hen het geluid in eigen woorden omschrijven.

  • Kan iemand het geluid misschien nadoen?

Laat de kinderen weer allemaal de ogen sluiten. Een leerling probeert het geluid na te doen. Klonk het hetzelfde?

  • Kan iemand het geluid ook zelf maken, met je mond of met je lijf? Hoe klinkt dat?
  • Heb je dit geluid ook wel eens ergens anders gehoord? Waar?

Je kan nog een paar meer watergeluiden, b.v. borrelen door met een rietje bubbels te blazen in een bekertje water, op deze manier behandelen.

  • Welke geluiden kan het water nog meer maken?

Probeer ook deze geluiden te reproduceren met lijf of mond.

Zelf watergeluiden maken

Je kan deze opdracht klassikaal doen of in kleine groepjes. Je kunt natuurlijk ook een waterhoek inrichten in de klas, waar de kinderen kunnen experimenteren.
Geef de leerlingen (per tweetal) een emmer, een kan/gieter met water, bekertje, rietje, lepel, steentjes/knikkers, etc. Laat ze experimenteren met de geluiden die ze kunnen maken met het water.

  • Laat een paar vondsten van kinderen aan de hele groep horen. Welke woorden kun je bedenken bij deze watergeluiden? Denk aan: schenken, borrelen, klateren, spetteren, druppelen, …

Extra: Er valt natuurlijk nog veel meer te experimenteren met water. Denk bijvoorbeeld aan drijven of zinken. Verzamel hiervoor allemaal kleine voorwerpen zoals een kurk, knikker, pingpongbal, legoblokje, sleutel, etc. Laat de kinderen uitzoeken in een bak/emmer of watertafel, wat drijft en wat zinkt.

 Het water dat ik ken

Houd met de leerlingen een gesprek over alle plaatsen met water die ze kennen. Begin dichtbij, in het glas en in de kan natuurlijk, maar ook in de wc, het keukentje, de plassen op het schoolplein. En in het slootje achter het huis, de vijver bij opa en oma, de zee, het meer op vakantie enzovoort. Verzamel zoveel mogelijk ‘waterplaatsen’.

Gebruik  (een aantal van) de afbeeldingen en onderstaande vragen om herinneringen en zintuiglijke ervaringen op te roepen.

  • Wat zie je?
  • Wie is wel eens bij zoiets ( zee, zwembad, vijver, in de regen…)geweest?
  • Wat deed je daar?
  • Met wie was je er?
  • Hoe was dat?
  • Wat zag je daar?
  • Kon je het water horen?
  • Wat hoorde je dan?
  • Hoe rook het daar?

Extra: Maak een tekening of schilderij over de water-herinnering. Het is natuurlijk extra interessant om hiervoor waterverf te gebruiken.