Les 3 Ik rol, golf, druppel en kabbel

Lesinhoud
De kinderen kijken het filmpje Tikke takke regen en zingen en tikken mee. Met bodypercussie maken de leerlingen een regenbui. Het tweede filmpje laat zien hoe water beweegt. De leerlingen bestuderen en benoemen deze verschillende bewegingen. In het tweede gedeelte van de les onderzoeken de kleuters met het hele lichaam of zij net zo kunnen bewegen als water, door te rollen, golven, kabbelen, etc.
Lesdoelen
  • De leerlingen zingen over regen
  • De kleuters beelden regen uit met percussie
  • De leerlingen omschrijven in eigen woorden hoe water beweegt
  • De kinderen onderzoeken met het eigen lichaam hoe water beweegt
Benodigdheden
Tijd
30 minuten in klas +  30 minuten in speellokaal/gymlokaal
Locatie
Zorg voor het tweede gedeelte van de les voor een ruimte waar alle leerlingen genoeg plek hebben om met hun hele lichaam.

1. Rara wat ben ik?

  • Ik rol, golf, druppel en kabbel, maar kan ook helemaal stil zijn. Rara wat ben ik?

Aan het eind van de les weet elk kind het antwoord op dit raadsel

  • Weet iedereen nog wat we de vorige keer hebben gedaan?
  • Jullie hebben zelf watergeluiden gemaakt en water gekleurd.
  • Waar is ook alweer allemaal water te vinden? In de sloot, uit de kraan, in het zwembad en…. juist ja, soms komt het ook uit de lucht vallen: regen.

2. Zingen in de regen

Kijk het filmpje Tikke takke regen, waarin een liedje over regen wordt gezongen.

Zing maar mee:

Tikke takke regen
Tik tak op het dak
Tikke takke regen
Op de wegen
Plens, plens, plas plas plas
Druppeltjes op mijn regenjas ( 2x)

Tijdens het zingen kunnen de kinderen de regendruppels na doen door met de vingers te tokkelen op tafel of andere voorwerpen. Laat het steeds harder regenen en laat daarna de regenbui ook weer verdwijnen. Laat de kinderen de coupletten ook eens op verschillende manier zingen. Bijvoorbeeld bibberend van de kou omdat je helemaal nat gerend bent. Of rennend voor de regen.

Het liedje wordt ook gezongen in de laatste les, dus oefen het voldoende.

3. Maak met de klas een regenbui

Kijk en luister naar het filmpje regen-koor, maak daarna met de hele klas door middel van bodypercussie zelf een regenkoor.

Toon het filmpje voor de eerste keer aan de leerlingen.

  • Wie herkent het geluid dat het koor maakt?

Bekijk het filmpje nog een keer.

  • Ontdek samen wat het koor allemaal doet om de regenbui met onweer te verklanken.

Oefen eerst alle onderdelen met de hele klas.

  1. wrijf de handen in elkaar of wrijf over de bovenbenen
  2. langzaam knippen met de vingers ( dit is waarschijnlijk te moeilijk voor de meeste kleuters, laat ze in plaats daarvan met de vingers tokkelen op een tafel, boek, blok of doosje)
  3. met platte handen klappen op de bovenbenen
  4. in de handen klappen
  5. tegelijk springen en neerkomen

Verdeel de kinderen daarna in 5 groepen. Jij bent de dirigent. Laat groep 1 beginnen met wrijven in de handen of op de bovenbenen en laat daarna ook groep 2 meedoen met tokkelen. Ga door totdat alle groepen meedoen. Oefen met harder en zachter wordend regengeluid maken. Je kunt dit met je handen aangeven. Laag bij de heup betekent weinig geluid en de handen omhoog betekent heel veel geluid. En natuurlijk elk volume daar tussen in. Laat ook af een toe een groep weer helemaal stil worden om daarna weer mee te beginnen.

Wissel de taken van de groepen. Je kan ook kinderen het regenkoor laten dirigeren.

Extra: maak een regenmaker. Benodigdheden: kartonnen kokers, spijkertjes, hamertjes ( van hamertje tik bijvoorbeeld), rijst/spliterwten of fijne schelpjes, stevig karton en tape. Op deze site zie je hoe dat moet. Kinderen kunnen zelf timmeren en vullen, zo klinkt elke regenmaker anders. Let er wel even goed op dat de boven en onderkant van de koker goed dicht zitten. Natuurlijk kan de regenmaker ook nog mooi versierd worden met stukjes papier en/of verf.

4.Water drupt en kabbelt

Spannend hè, al dat water, als regen of in de sloot. Het is altijd anders. Toon het onderstaande filmpje om goed te zien hoe water op verschillende manieren beweegt. Het filmpje blijft na 60 seconden op hetzelfde beeld staan, je kan het dan stop zetten.

  • Hoe beweegt water? Bekijk het filmpje nog een keer en zet op verschillende momenten stil. Laat de kinderen in eigen woorden omschrijven hoe het water op dat moment beweegt.

Geef, om de woordenschat te vergroten, positieve feedback op de omschrijving en zeg dat als het water op een specifieke manier beweegt, dat het dan stroomt, sijpelt, kabbelt, druppelt, klotst, golft, borrelt, etc.

5. Golven, rollen, bubbelen en kabbelen

Ga als het kan naar een speellokaal of gymzaal zodat de kinderen veel plek hebben om te bewegen. Deze les kun je eventueel i.p.v. gym doen.
Neem verschillende instrumenten mee, waar je kort en lang klinkende geluiden mee kunt maken. Bijvoorbeeld ritmestokjes (kort) en een bekken (lang).

Bespreek met de kinderen welk instrument bij een zwemmend eendje past, bij een vis en bij springen in een plas. Ondersteun met de gekozen instrumenten de bewegingen van de kinderen.

  • Kun je zwemmen als een eendje op het water?
  • Kun je zwemmen als visje in het water?
  • Kun je springen in de regenplassen? plens, plens, plas plas plas

Tip: je kan met hoepels regenplassen verbeelden, waar de kinderen in kunnen springen.

Nu zijn jullie het water. Deze opdracht gaat over verbeelding en experiment, er zit dus geen goed of fout in de uitvoer. Kies uit onderstaande bewegingen. De kinderen proberen eerst de beweging uit en laat een kind er daarna een instrument bij kiezen.

  • Kun je golven als water?
    Laat kinderen experimenteren met het maken van een golf beweging
    ( met je arm, met je hele lichaam, op de grond liggend, terwijl jullie in een kring staan en elkaars handen vasthouden…).
    Bekijk in de kring een aantal vondsten van de kinderen. Laat alle leerlingen deze na doen.
  • Kun je druppelen als regen?
  • Kun je rollen zoals de zee op het strand?
  • Kun je…. als water? Hoe kan water nog meer bewegen?
    Herinner de kinderen aan het filmpje water stream, wat deed het water daar allemaal? Hoe ziet dat eruit?
  • En hoe beweegt water uit de kraan/fontein/in het zwembad/sluis/door het afvoerputje?

 

Als laatste zijn jullie een grote zee. De golven worden beïnvloedt door de wind. Harde wind geeft is grote golven, weinig wind geeft kleine golven en geen wind – geen golven. Iemand speelt de wind op een zelfgekozen instrument en geeft daarmee aan hoe hard het waait. Laat de kinderen goed luisteren naar de wind.

Speel eerst zelf de wind, laat daarna verschillende leerlingen deze rol overnemen.

Neem ter afsluiting de rol van wind weer over. Laat de wind razen en de golven klotsen als de kinderen nog veel energie hebben. Sluit af met de wind die steeds zachter waait, totdat het windstil is. Zo kan iedereen weer rustig terug naar de klas.

Terug in de klas kan je nog een keer het raadsel vertellen: Ik rol, golf, druppel en kabbel, maar kan ook helemaal stil zijn. Rara wat ben ik?

Extra: Je kan de beweging van water ook tekenen of schilderen: kijk maar eens wat kunstenaar David Hockney deed in een zwembad. Of Heike Weber met watervaste stift op een hele vloer.