3. De Storyscope in de klas

Lesinhoud
  • De leerlingen maken kennis met de Storyscope en experimenteren met de installatie.
  • Een verhalenverteller neemt hen mee in het proces van verhalen maken en vertellen. Hij helpt hen op weg bij het verhalen vertellen met de storyscope.
  • De leerlingen maken in groepjes hun eigen verhaal en presenteren dit aan een groep uit de onderbouw. regel zelf welke groep en wanneer dit het beste uitkomt.
Benodigdheden
Opstelling
Maak ruimte voor de Storyscope in de klas. Zorg dat de beelden geprojecteerd kunnen worden op een witte achtergrond of digibord. Zorg dat de Storyscope zo min mogelijk verplaatst hoeft te worden.
Activiteiten
  1. Ontdek de Storyscope
  2. Verhalenverteller in de  klas
  3. Maak je eigen karakter
  4. Verhaal op de Storyscope
Tijd
Verhalenverteller in de klas: 90 minuten. Overige activiteiten: per groepje verspreid over de week 60 minuten. De storyscope staat 1 week in de klas.  
Voorbereiding
  • Print de Template-Object.pdf en Template-Dier.pdf voor elke leerling 2 keer uit.
  • Zet voor de gastles van de verhalenverteller de Storyscope klaar en aan.
  • Plan per dag tijd in voor de verschillende groepjes om aan hun verhaal op de Storyscope te werken.
  • Regel een presentatiemoment met een groep uit de onderbouw.

 

1. Ontdek de Storyscope

Vertel kort iets over de Storyscope.
Maak hiervoor gebruik van de informatie over de kunstenaar en het kunstwerk (klik op de afbeelding).

  • Wie is de kunstenaar?
  • Waar is de Storyscope op gebaseerd?
  • Hoe is de Storyscope ontwikkeld (laat bijvoorbeeld het filmpje zien).

Aan de slag:

Laat de leerlingen in groepjes van ca. 4  de Storyscope uitproberen.
Zet de installatie aan en geef de leerlingen de ruimte om te experimenteren.
De Storyscope is zo gemaakt, dat de leerlingen vanzelf ontdekken wat allemaal kan.

Hulpvragen:

  • Wat gebeurt er als je alle blokjes tegelijk neerlegt?
  • Wat gebeurt er als je het waterblokje neerlegt?
  • Welke blokjes passen bij elkaar? Waarom?
  • Wat gebeurt er als je met een blokje draait?
  • Wat gebeurt er als…..
  • Wat voor verhaal kun je al maken?

Let op:

Om de Storyscope goed te laten werken is een aantal dingen nodig:

  • een witte muur of digibord: hierop projecteert de beamer
  • een verduisterde ruimte: hoe donkerder de ruimte, hoe helderder de projectie
  • afkoeltijd: een beamer wordt warm. Laat de storyscope minimaal 30 minuten afkoelen als je hem hebt uitgezet. Daarna pas verplaatsen.

 

2. De verhalenverteller

De verhalenverteller komt 90 minuten in de klas.
Kijk op het rooster wanneer dat is.

De verhalenverteller neemt de leerlingen mee in het maken en vertellen van verhalen.
Hierbij maakt hij ook gebruik van de Storyscope.
Zo ontdekken de leerlingen nog meer mogelijkheden van de Storyscope.
Ze krijgen een breed palet aan mogelijkheden om hierna hun eigen verhaal te maken.

3. Je eigen karakter

In de Storyscope zit een basisset aan karakters:
– De vos
– De boom
– De molen
– De mol
– De sterren / nacht
– Het riet
– Het water
– De vlinder
– De pauw

De leerlingen kunnen hun eigen karakter toevoegen.
Net zoals de basiskarakters is dit een silhouet.
Een silhouet is een schaduwbeeld, de omtrekvorm van iets of iemand, maar dan opgevuld met zwart. Meestal is het een zijaanzicht van iets of iemand.

template dier

De leerlingen kunnen een dier maken of een object.
Het dier bestaat uit 7 delen: kop, lijf, staart, bovenbeen voor, bovenbeen achter, onderbeen, voet.
De Storyscope voegt deze delen samen tot een geheel.
Het object bestaat uit 1 deel.
Wat de leerlingen maken, hangt af van het verhaal dat ze willen maken.

Voor de ontwerpen zijn templates gemaakt: de kaders waarbinnen het karakter wordt getekend.

Let bij het tekenen op een aantal dingen:

  • Teken de delen van het dier in de aparte vakken.
    template object
  • Teken de vorm over de stippen heen. De stippen zijn de punten waarop de delen aan elkaar komen in het geheel.
    (zoals de splitpennen bij een bewegend schimmenspel karakter)
  • Zorg dat het een silhouet is: het dier zie je van de zijkant, het is helemaal zwart. Je ziet dus geen ogen of mond.
  • Gebruik alle vakken. Als een vak leeg is, vult de computer het zelf aan met een vorm die al eerder is gebruikt.

Probeer het uit op de Storyscope: werkt het zoals jij dacht dat het zou werken?
Wat kun je aanpassen?

4. Verhaal op de Storyscope

Na het bezoek van de verhalenverteller hebben de leerlingen voldoende handvatten om zelf een verhaal te maken met de Storyscope.
De opdracht:

  • Maak in groepjes van ca. 4 een verhaal met de Storyscope.
  • Gebruik de bestaande afbeeldingen.
  • Voeg in ieder geval 2 afbeeldingen toe: een dier en een object.
  • Zorg dat het verhaal een duidelijk begin, midden en eind heeft.
  • Zorg dat de luisteraar (een groep uit de onderbouw!) straks snapt waar het verhaal over gaat.
  • Speel het verhaal met de afbeeldingen op de Storyscope en oefen met vertellen.
  • Zorg dat je bij het vertellen rustig, duidelijk en expressief praat en het publiek af toe aan kijkt.
  • Het verhaal duurt ongeveer 1,5 minuut.