Les 3 Laat maar zien!

Lesinhoud
De leerlingen verwerken hun ervaringen aan de hand van creatieve opdrachten.
Lesdoelen
De leerlingen herbeleven verschillende aspecten van hun bezoek. De leerlingen kunnen door taal en beweging gevoelens en ervaringen  uitdrukken.
Benodigdheden
Tijd
60 minuten
Voorbereiding

Bespreek het bezoek na met de leerlingen.

  • Wat vonden ze ervan?
  • Wat kunnen ze zich nog allemaal herinneren van het bezoek? Wat hebben Sandra en de scheepsmaker verteld?
  • Zouden ze nog wel een keer terug willen?

Drama opdrachten

Opdracht 1

De leerlingen spelen in de vorm van een vertelpantomime (bijvoorbeeld in het speellokaal) de gebeurtenissen na. Je vertelt het verhaal en de leerlingen spelen de handelingen uit. Vertel de leerlingen dat ze allemaal  spelen. Doe zelf tijdens het vertellen ook mee.

Opdracht 2

Nodig een leerling uit om zich voor de groep voor te stellen als een bepaald personage. Het zou mooi zijn als er verkleedkleren zijn. Laat de leerling vervolgens voor de klas komen en nodig de rest van de groep uit om vragen te stellen over het beroep en over andere dingen waar ze nieuwsgierig naar zijn. Stimuleer de kinderen om open vragen te stellen, zodat er niet alleen met ‘ja’ of ‘nee’ geantwoord kan worden; vragen die beginnen met:

  • Vertel eens… 
  • Kun je vertellen… – Waarom, waar en wie…
  • Wat is een…

Ondersteun de leerling in de antwoorden door in een bijpassende rol naast hem/haar te gaan staan of  zitten, bijvoorbeeld als de man of vrouw van het personage. Let op, zeg altijd ‘Ja, en…’ in aanvulling op de leerling die de vragen beantwoordt.

Mogelijk kunnen er ook nog andere mensen geïnterviewd worden: de buurman, de klant, een vriend(in), iemand die iets bijzonders heeft meegemaakt.

Opdracht 3

Vertel de leerlingen dat ze een ‘familieportret’ van de mensen die bij de werf horen gaan maken. Kies uit de volgende opties:

  • Een voor een gaan de leerlingen voor de klas staan in een houding passend bij hun rol, en zeggen wie ze zijn. Als iedereen in een bevroren fotohouding voor de klas staat, maak je een foto. Print de foto schrijf erbij wie wie is. Dit kunnen mensen zijn die in de voorgaande opdrachten naar voren kwamen.
  • Laat de kinderen een tekening of ander werk maken van iets dat in het verhaal is voorgekomen of wat ze op de werf hebben gezien.

 

Afsluiting

Sluit het project af door de bedankbrief van Sandra voor te lezen.